Rinus – Ko Minderhoud

Toen ik hoorde dat bij Rinus de ziekte van Kahler was vastgesteld, was dat een grote schrik. Natuurlijk niet alleen voor ons, maar het meest voor hem zelf. Toch dacht ik al snel dat Rinus hier wel weer overheen zou komen. Hij had al zoveel gevaren in zijn leven getrotseerd dat dit hem ook wel niet zou deren. Dat leek er eerst ook op, maar, jammer genoeg, is het fout afgelopen. Deze gedachte van mij was gebaseerd op een zekere bewondering die ik altijd voor hem heb gehad. Rinus kon erg veel en ook erg veel tegelijk. Waar ik met moeite een schilderijtje aan de muur wist op te hangen, daar maakte hij een volledig zeewateraquarium.
Wij hebben elkaar in 1975 ontmoet in het eerste studiejaar. Rinus kwam wat later aan omdat hij in Wageningen was begonnen, maar daar had hij ruzie gekregen met een vrouwelijke Professor. Ik geloof dat ze Gelderblom heette. Rinus sprak vaak en zeer negatief over haar. Ik kreeg de indruk dat hij zonder argwaan in de klauwen van een der slechtste mensen op aarde was terecht gekomen. In de loop der volgende jaren heb ik ontdekt dat Rinus een meester was in het ruzie krijgen met boven hem geplaatsten en dat al deze mensen bij nader inzien absoluut niet deugden. Superlatieven schoten dan tekort om hun slechte karakters te beschrijven. Niet dat Rinus een ruziezoeker was, neen, hij was een onafhankelijke geest die slecht tegen gezag kon, vooral als dat gezag op niets was gebaseerd. Hij maakte dat gezag met zijn scherpe tong en vileine humor snel belachelijk en daar konden de gezagsdragers helemaal niet tegen. Er ontstond ruzie, Rinus verbleekte, trok een grimmig gezicht en stond zijn opponent op kalme toon verpletterend te woord. Vaak heb ik hier van genoten, tot het moment dat wij ruzie kregen en ik ook aan een dergelijke behandeling ben onderworpen. Gelukkig hebben wij maar een keer ruzie gehad!
Wij hebben in onze studietijd veel lol gehad, ook ernstige en minder leuke momenten. Na het eerste jaar kregen we allebei negen maanden voor de propedeuse (het Propjes) en ondanks ons idee dat we voor de tweede keer hard gewerkt hadden, werden het er nu zes. Rinus had moeite dit te aanvaarden. Hij was erg intelligent en had het Gymnasium in Zierikzee met geringe inspanningen doorlopen. Nu moest hij zien hoe, naar zijn mening suffe figuren, door ijverig blokken en stomweg scheikundige formules in hun hoofd stampen, hem voorbij snelden. Kort daarna heeft hij een ernstige psychose gehad waardoor hij maanden lang in een psychiatrische kliniek opgenomen is geweest. De angst dat zich zoiets nog eens zou voordoen heeft hem later altijd achtervolgd.
Een andere serieuze zaak was ons „geworstel”met het geloof. Toen we in Utrecht aankwamen waren we beiden nog enigszins christelijk gelovig. Dat raakten we kwijt en we hadden hier beiden moeite mee. Nachten lang hebben we gediscussieerd met bijbeltjes in de hand tot we overtuigd waren van het feit dat wij niet meer gelovig waren. Toch heeft Rinus in zijn verdere leven hier moeite mee gehad.
Maar, terugkijkend op onze studententijd, overheerst toch, dankzij het avontuurlijke en de humor van Rinus, alle lol die we gehad hebben. Toen Rinus en Anja een huis in de Prins Hendriklaan kochten en Marja en ik daar een verdieping in huurden, maakte ik daar de mooiste tijd als student mee. Anja, Rinus en ik studeerden op den duur af. Rinus had daarbij nog wat ruzies met wetenschappelijke ambtenaren en hoogleraren af te wikkelen, maar die overkwam hij.
Hij kon erg veel en erg veel tegelijk. Hij wist veel van vogels, had als scholier al een kouwtje dat hem vergezelde op zijn fietstochten en in Utrecht een ekster die geregeld zilveren bestekdelen van de buren aanvoerde. Of deze voorwerpen door Anja en hem ooit aan de familie van Bommel zijn teruggegeven is niet bekend. In 1958 ging hij liftend van Zierikzee naar Yoego-Slavie en doorkruiste het gehele land. Een geweldige prestatie in die tijd! Bij terugkeer drukte de Provinciale Zeeuwse Courant een interview met hem af waarbij hij allerlei wijsheden debiteerde over de politieke en economische situatie van de landen die hij had bezocht. Daarbij stond een foto van hem met op zijn hoofd een wit gebreid mutsje zoals dat in die streken door schaapherders wordt gedragen. Dit mutsje heeft hij in Utrecht nog lang gedragen, ook tijdens colleges en practica. Hij deed aan onderwaterduiken en ving daarbij kreeften in de Oosterschelde, die hij voor goed geld verkocht. Hij construeerde een onderwatergeweer en schoot daarmee op vissen en vaak raak. Hij deed aan zweefvliegen, watersurfen, gitaarspelen, tennissen, boogschieten, biljarten, maakte van de grond bestuurbare vliegtuigjes en kon prachtig tekenen. Een hoogtepunt was zijn medeling dat hij een zeewateraquarium ging maken. Volgens mij was dat onmogelijk. Hij kocht een betonnen bak, zaagde, schaafde, timmerde, zette er glas in en deed nog veel,meer, maar er ontstond wel een goed functionerend zeewateraquarium met pompen, zoutgehalteinstrumenten, wuivende veelkleurige anemonen en bedrijvig rondzwemmende visjes. Het indrukwekkende was dat Rinus veel van deze interessen tegelijk beoefende en daarnaast ook nog studeerde en regelmatig examens deed.
Van zijn leven in Afrika na zijn afstuderen ben ik op de hoogte gebleven via brieven die we elkaar schreven en bezoeken van hem als hij in Nederland was. Hier vonden ook vreemde avonturen plaats, maar Rinus overleefde altijd maar weer zeer gevaarlijke situaties. Vandaar dat ik dacht dat Kahler ook zou overwinnen, maar dat mocht niet zo zijn.
Hoewel zijn laatste maanden in Rotterdam moeilijk voor hem moeten zijn geweest, hebben de liefderijke verzorging door Anja, de liefde, aandacht en de vele bezoeken van zijn kinderen en kleinkinderen, Susan, Agnes en vrienden hem veel goed gedaan.
De herinnering aan Rinus hebben wij nu overgehouden. Hij heeft ons wel erg veel gegeven om aan terug te denken.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *